Assenrade

Assenrade

De Zutphensestraat, die van het Marktplein in Brummen naar Zutphen loopt, was al vroeg omzoomd door bebouwing. Maar in de tijd dat het huidige rijksmonument Assenrade werd gebouwd kon je vanaf de noord-oostkant van het huis waarschijnlijk tot aan Zutphen kijken. Huis Decima en andere 19de-eeuwse huizen die na Assenrade gebouwd werden, stonden niet in de weg.


ASSENRADE IS MINSTENS TWEE EEUWEN OUD

Huis Assenrade wordt voor het eerst genoemd in een notariële acte in 1819, dus het zal minimaal twee eeuwen geleden gebouwd zijn. Het is niet duidelijk waar de naam vandaan komt. Uit de eerste beschrijving blijkt dat Assenrade toen bestond uit een herenhuis met schuur, hof en bouwland. Erbij hoorde een aardig groot stuk land van wel twee-en-een-halve morgen groot. Dat betekent: ‘wat een boer zou kunnen omploegen in twee-en-een-halve morgen’. Een morgen is precies 0,93 ha. op onze Veluwse zandgrond.

Door de eeuwen heen is dit sterk teruggebracht door verdeling onder erfgenamen en door verkoop.

Uit een boedelinventaris uit 1854 blijkt dat het huis in die tijd op de begane grond acht kamers had en op de verdieping zeven kamers. De opeenvolgende 19de-eeuwse bewoners droegen de achtenamen Alting, Hoffman en Valckenier.

PENSION ASSENRADE

In 1862 wordt het gekocht door Adrianus T.L. Metelerkamp, de eigenaar van Kasteel Engelenburg, om de grond toe te kunnen voegen aan zijn landgoed. Hij verhuurt de rest voor een hoge prijs, jaarlijks één dertiende van de koopsom. In 1871 worden het huis en bijbehorende grond opnieuw verkocht en verhuurd. Dit keer aan de heer J.P.J. Noble, die er een logement, restauratie en stalhouderij in vestigt. Daarvoor wordt Assenrade vergroot. Het achterhuis wordt opgevuld: de oorspronkelijke muurijzers zijn in enkele kamers nog zichtbaar. De westkant wordt uitgebreid: nog zichtbaar als aftekening op de gevel. Tussenmuren worden gesloopt voor een restauratielokaal en er wordt een veranda aan de noordzijde geplaatst en een muziektent in de tuin.

Assenrade zou maar liefst 75 jaar als logement in gebruik blijven.

In 1885 gaat Noble failliet. Daarna wordt het huis verhuurd aan timmerman Gerrit Kerkkamp. Diens weduwe Jacoba Hendriks kan het in 1908 kopen van de erven van de eigenaar. Zij blijven het als pension exploiteren, maar de weduwe kan het in 1919 financieel niet meer bolwerken. Dat komt vooral omdat na de Eerste Wereldoorlog de vluchtelingen die er lange tijd logeerden, weer terugkeerden naar hun eigen land. Daardoor was de klandizie te beperkt om van te kunnen leven.

Ze verkoopt het grootste deel van de grond en behoudt zelf alleen het huis en een klein stuk tuin. Na haar dood in 1933 blijft haar dochter Francina het logement bestieren tot in 1960.

INPANDIG ZWEMBAD

In 1967 wordt Assenrade aangewezen als rijksmonument, ongetwijfeld ingegeven door de leeftijd van het pand en de harmonische verhoudingen van de buitenkant, met de zesruits schuiframen en het schilddak. Aan de binnenkant heeft het huis vreselijk geleden onder alle verbouwingen en het intensieve gebruik als logement.

In de jaren ’70 verwisselt Assenrade wel drie keer van eigenaar. De heer Kempinga, die het in 1974 kocht van de erven van de familie Kerkkamp, heeft grootse plannen met het verwaarloosde gebouw. Hij wil het splitsen in twee huizen en een kantoor, de veranda verwijderen en een inpandig zwembad aanleggen. Tijdens de verbouwing blijkt dat een zwembad binnen niet mogelijk is, er wordt een zwembad in de tuin aangelegd. Het huis

wordt al in 1976 verkocht aan Willem Oosting, bekend als oprichter van het Noorder Dierenpark in Emmen. Deze verkoopt het een jaar later alweer aan mr. Alfred Rinnooy Kan, voormalig topman van de Wereldbank in Washington.

Omdat het huis volledig gestript is door de projectontwikkelaar zijn er geen oorspronkelijke details overgebleven, behalve misschien een gangkast. Rinnooy Kan vindt een interieur dat volledig met houten schroten betimmerd is, waarbij geen enkele rekening is gehouden met het karakter van het huis. Eindelijk is het huis weer in betere handen. Het wordt gerestaureerd en onderhouden en periodiek door Monumentenwacht geïnspecteerd.

EN HOE IS HET NU …

Na het overlijden van Rinnooy Kan, die er 26 jaar heeft gewoond, verwisselt Assenrade nog twee keer van eigenaar, om in 2008 door de huidige eigenaar te worden gekocht. Deze onderhoudt de mooie oude buitenkant met zorg en heeft het interieur zo goed mogelijk in stijl hersteld.

bronvermelding: Han van der Made, Assenrade. Een statig herenhuis in Brummen, Brummen januari 2013

Geschiedenis

De eerste steen werd in 1828 gelegd door Wilhelmina Augustina Prins. In de nog aanwezige druivenkas werd in 1858 door de driejarige B. van Spreeker een steen gemetseld. De door een fraai park omgeven villa was begin 19e eeuw bewoond door Crommelin, die op een geedeelte van de bijbehorende grond een kwekėrij had. Het buiten heette toen Carolinenburg.

De heer Crommelin verhuisde in 1910 naar ’t Malster. Daarna heeft het huis nog een reeks bewoners gehad. Eerst jhr. Otto A. Smissaert, in 1925 de Haagse uitgever Feenstra, in 1930 de rustende chirurg Goemans.

Het huis werd omstreeks 1940 een tijd lang een artsenhuis, eerst door dr. Rost Onnes, vervolgens dr. Van Goudoever, die er tot 1951 de praktijk uitoefende. Vanaf 1951 werd het bewoond door mevrouw baronesse Th. E. van Sytzama van der Feltz.

Bewoners

  • 1828 – familie Prins
  • 1910 dhr Crommelin
  •  jhr. Otto A. Smissaert
  • 1925 – Feenstra
  • 1930 – Goemans
  • 1951 – Th. E. van Sytzama van der Feltz

Bronvermelding: Rabobank Brummen-Eerbeek – Voor nu en later, zicht op de gemeente Brummen en haar geschiedenis.